Hoe kunnen we ooit Jim Carrey vergeten?

Vandaag wil ik het hebben over onthouden en vergeten. Artificial intelligence experts weten het al lang, maar populaire fictie houdt van een analogie tussen mens en machine die op alle vlakken mank gaat. Er is geen verschil tussen software en hardware in het brein. Herinneringen zijn geen stukjes data. Alles is associatief en zal niet beklijven zonder context. Er zijn geen overzichtelijke mappen en laatjes in je hoofd waar je werk en privé netjes gescheiden in kunt opbergen. Kon dat maar.

Het geheugenpaleis (2012) van Joshua Foer is een respectabel staaltje participerende journalistiek. Voor zijn boek over de werking van ons geheugen nam hij actief en succesvol deel aan geheugenkampioenschappen. Daar gebeurt inderdaad wat de naam doet vermoeden. Wie kan zo snel en nauwkeurig mogelijk een reeks willekeurige feiten onthouden? Dat is de kampioen ezelsbruggetjes. De beste onthouders creëren namelijk wilde onzinverbanden om zo van willekeurige feiten toch een steekhoudend verhaal te maken, al is het dan vergezocht.

Zulke spelletjes zijn imposant omdat je mensen iets ziet doen waar ze totaal niet voor gemaakt zijn. Net als elke andere topsport heeft het iets bovenmenselijks. Het is de cerebrale versie van de klassieke triatlon, met zwemmen, fietsen en een marathon als toetje. Maar ook de sterkste man ter wereld legt het in een potje armworstelen af tegen elk gorillawijfje. En al ben je de beste menselijke computer, je zult nog altijd het onderspit delven tegen een PC uit 1990. Wie kan een willekeurig getal van duizend cijfers onthouden en het tien jaar later feilloos reproduceren? Wie kan blindsimultaan schaken tegen de beste tien van de wereld en ook nog winnen? Wie kan pi in duizend decimalen uit het hoofd berekenen? Geen mens.

(c) Focus Features
Continue reading

Er is niets om in te verdwijnen

Intellectuele duizendpoot Sam Harris had een mooie overpeinzing op zijn Waking Up app, The Paradox of Death, geïnspireerd op een lang essay van filosoof Thomas Clark en een informele enquête onder zijn luisteraars over hoe vaak zij over de dood nadachten. Sam denkt er zelf dagelijks aan, maar niet op een morbide manier. Dat zullen we dan maar aannemen. De audio zit achter een betaalmuur, maar Clarks essay is vrij te lezen. Niet schrikken: het heet Death, Nothingness and Subjectivity en gaat zoals te verwachten over die ultieme ‘Waarheen’ vraag. Het maakte op mij een verpletterende indruk.

In ons Westers perspectief, zo betoogt Clark, proef je zelfs bij geharde atheïsten een residu van de overtuiging dat er na de dood van ons stoffelijke lichaam, dat gehoorzaamt aan de natuurwetten, een essentie overblijft die toch nog ‘ergens heen’ zal gaan. Dit geloof verraadt zich wanneer zij die weliswaar hemel en hel hebben afgezworen spreken over de dood als het opgaan in een groot Niets. Met een paar prachtige gedachte-experimenten ontzenuwt Clark deze logische misvattingen. Niets bestaat per definitie niet. Je kunt er dus ook niet in verdwijnen. Niets is de ontkenning van iets. Sterker nog, als jij als individu er niet meer bent, is er ook niemand die ergens in kan verdwijnen.

Photo by Dids from Pexels
Continue reading

Keith Jarrett en vakmanschap

Incasserings- en improvisatievermogen: voor mij zijn het twee belangrijke aspecten van vakmanschap, ook in de software. Je moet jezelf staande kunnen houden te midden van onvoorspelbare tegenslag. Dat is incasseren. Improviseren betekent dat je moet leren welke regels hard zijn en welke optioneel en rekbaar. Laat ik een muzikaal voorbeeld geven.

Niemand kon vermoeden dat hij het bestverkochte soloalbum ooit ging opnemen. Zeker Keith Jarrett zelf niet, toen hij op 24 januari 1975 achter de piano ging zitten voor een uitverkochte zaal van de Keulse opera. Maar de vijf lange improvisaties die hij het volgende uur uit zijn instrument toverde maakten The Köln Concert tot een legendarisch album.

Copyright ECM records
Continue reading

In Dave Eggers’ wereld weten, kunnen, en durven we niks meer

Dave Eggers’ nieuwe roman is een zwart-komische techno-dystopie. The Every (vertaald als Het Alles) is het vervolg op The Circle uit 2013. Zo heet het monsterverbond tussen Google, Facebook, Apple en Amazon. The Every heeft elke concurrent weggevaagd of tot slaaf gemaakt. De missie van heldin Delaney om het systeem als werknemer ten val te brengen zal op niks uitlopen, dat voelt de lezer meteen. 

Ook Winston Smith uit George Orwell’s oer-dystopie 1984 wist bij voorbaat dat zijn strijd tegen de alziende Partij kansloos was. De surveillancetechnologie die Orwell destijds (1948) bedacht was nog sciencefiction. Maar in The Every is alles al technisch mogelijk, of anders wel binnenkort. Elke lollige maar privacy-schendende app is een nieuwe wolf in schaapskleren. Het is een feest der herkenning, maar geen gezellig feest. Eggers is een techno-sceptisch moralist en zijn missie is niet subtiel.

Continue reading

De halfzachte verwarring rond softskills

Ik vind softskills heel belangrijk in de IT, maar als begrip onbruikbaar en verwarrend. De Engelse term beschouw ik als voldoende ingeburgerd; waarom we zo graag het Nederlands bij het grofvuil willen zetten is brandstof voor een andere blog. Ik vind de term misleidend om twee redenen. Hij suggereert een helder onderscheid in twee categorieën, dat niet bestaat, en draagt bovendien een onbedoeld waardeoordeel uit.

Foto van Meruyert Gonullu via Pexels.com
Continue reading

Peter Dinklage had gelijk over Sneeuwwitje.

Acteur Peter Dinklage was te gast in Mark Maron’s populaire podcast, waar hij stevig mopperde over de voorgenomen live action remake van Sneeuwwitje en de zeven dwergen. De casting van een Latina actrice in de hoofdrol vond hij een slap excuus om een archaïsch verhaal af te stoffen, enkel ingegeven door winstbejag. “Heb ik voor niets al die tijd op mijn zeepkist gestaan?” – Dinklage is één meter dertig. Floortje Smit schreef er haar column over. Je kunt alles wel wegpoetsen en herschrijven om het verteerbaar te maken voor de huidige tijd, maar stop die energie liever in andere verhalen. “Als Sneeuwwitje niet wacht op haar prins, niet wordt wakker gekust en niet inwoont bij zeven dwergen, wat blijft er dan van haar over?” Precies.

Dat een meisje tien jaar lang in ruil voor kost en inwoning slooft voor zeven vrijgezelle mannen, ongeacht hun lengte, kon ten tijde van de gebroeders Grimm prima door de beugel. Maar verder is het volksverhaal opgetekend in de 19e eeuw nogal barbaars, met zijn karikaturaal duivelse stiefmoeder. Poging tot kindermoord, kannibalisme en een wrede marteldood als straf: niet echt meer geschikt voor alle leeftijden.

Wat wij als maatschappij acceptabel vinden houdt eeuwenlang stand, totdat ineens een kleine minderheid afdrijft en een aardverschuiving in denken teweegbrengt. Vijftien jaar geleden liep je na je theater- of bioscoopvoorstelling een foyer binnen die blauw stond van de tabakswalm. Sommige van mijn middelbare-schooldocenten rookten tijdens de les. Het kan verkeren.

Continue reading

Het maankanon van Jules Verne

Op het internet bestaan gelukkig ook nog fijne initiatieven die de mensheid wel amuseren en verheffen. Zoals project Gutenberg, een site die (literaire) werken in het publiek domein gratis beschikbaar stelt voor op je e-reader. Dat zijn vooral klassiekers waarop de auteursrechten verlopen zijn. Zoals de boeken van Jules Verne.

Buiten Frankrijk had Verne niet de reputatie die hem thuis ten deel viel. Veel van zijn vertellingen zijn verkort en versimpeld, waardoor hij de reputatie van een kinderboekenschrijver kreeg. Ook de eerste Engelse vertalingen waren niet bijster goed. Lees hem dus in het origineel als je kunt. Voor mij was dat helaas een brug te ver. De oude Engelse vertaling doet inderdaad nogal gezwollen aan. Hoe dan ook, Jules was de onbetwiste vader van de sciencefiction.

Continue reading

Het valse piña-coladagevoel van de digitale nomade

Vandaag wil ik het hebben over het verschijnsel van de digitale nomade en de jeuk die mij dat geeft. Nee, het wordt geen klaagstukje over verwende millennials en hun milieuverwoestende reislust, zeker niet vanuit mijn vrijstaand huis met lage maandlasten. Ooit zette ik zelf ook een flinke voetafdruk neer op het milieu. Maar toen was vliegen nog duur genoeg dat we ons er niet voor hoefden te schamen. 

Even lekker ongenuanceerd klagen dan over de irritantste oervorm: de freelancende dertiger die elke twee maanden verkast naar het continent waar het op dat moment optimaal zomer is en daar vanaf het strand een coole webshop bouwt. De stockfoto van een Google zoekopdracht, zeg maar. Zolang er al PCs bestaan die in een tas passen adverteren er grijnzende modellen met hun Compaq of Mac op schoot (daarom heet het ook een laptop), languit gelegen in een strandstoel of op een luchtbed aan het zwembad. Je wéét dat het bullshit is, net als de helikoptershots over spectaculaire kustwegen in autoreclames je lekker moeten maken voor een Renault Modus.

Photo by Andrea Piacquadio from Pexels
Continue reading

Het recht om niet (teveel) na te hoeven denken

In drie eerdere blogs op DZone maakte ik een ludieke vergelijking tussen typen programmeurs en de regisseurs Stanley Kubrick (de onverbeterlijke perfectionist), Woody Allen (de gepassioneerde liefhebber) en stripfiguur Guust Flater (de hyperactieve knutselaar). Het ging mij hier om neigingen aan te duiden. Stereotyperingen werken leuk in een tv-serie als The IT Crowd of Nedry in de eerste Jurassic Park film. In het echt zit het alleen maar in de weg en valt er een stuk minder te lachen. De sociaal onaangepaste, geniale workaholic met overgewicht is een cliché. Maar ook al is de blanke, hetero, dertigjarige man het gemiddelde, dat betekent nog niet dat die groep het recht heeft de cultuur te bepalen. Bij mijn laatste bezoek aan JFall viel me op dat we qua diversiteit in gender en etniciteit nog flinke stappen moeten maken in Nederland.

Illustratie van Sandra de Haan
Continue reading

Cobra Kai, Beethoven en complexiteit

Cobra Kai is een Netflix serie met de cast van de Karate Kid films uit mijn tienertijd. Ralph Macchio (60) is indrukwekkend goed gepreserveerd als de originele karate kid Danny LaRusso en treedt nu in de voetsporen van wijlen Mr. Miyagi.  Met zijn rivaal van weleer Johny Lawrence traint hij nu een politiek correcte mix van fotogenieke jongens en meiden. De streaminggigant weet goed waar elk demografisch cohort van smult, dus ik blijf ook voor het vierde seizoen van deze schaamteloze nostalgietrip een willoze prooi.

Continue reading